|
Al enkele jaren is in Dordrecht de werkgroep Dordtse Dichters actief. De groep organiseert van tijd tot tijd leesavonden voor het Dordtse publiek of neemt deel aan soortgelijke initiatieven in de regio. De gedichten van de leden worden in eigen beheer uitgegeven. In december 1994 verscheen de eerste bundel 'Herinneringen aan een onbegonnen reis' van de nestor van het gezelschap, Dick Roggen. In mei 1995 werd in de reeks Dordtse Dichters de bundel 'Zwitserland' van Pieter Breman gepresenteerd. Eind 1995 kwam 'Zinnen van lavendel' uit, een bundel van Jacqueline Uittenbogaart. Midden 1996 verscheen een eerste selectie van gedichten van Cathy Pemberton, in een tweetalige editie: 'Pictures in glass/Beelden in glas'. Eind 1996 verscheen 'Niets is volmaakt' van Klaas Blokhuis en in mei 1997 gaf de groep de postume bundel 'Stem uit de schaduw' uit met gedichten van Tjeerd Segaar. In mei 1998 kwam de bundel van Jouke de Vries uit: 'Binnen de perken'. De leden van de groep zijn: Klaas Blokhuis Pieter Breman Marieke van Leeuwen Aziz El Manouzi Cathy Pemberton Dick Roggen Jacqueline Uittenbogaart Jouke de Vries Contactpersoon: Jouke de Vries, tel. 078/6177148 In plaats van - of naast - onze gebruikelijke presentatie in rokerige zaaltjes met een publiek van anderhalve man en een paardenkop, bovendien meestal ook nog familie of bekenden van de dichters, storten wij ons, met hulp van en dank aan DORDT.NL, in dit digitale dichtersavontuur. |
|
AUGUSTIJNENKERK boven hun hoofden zong men traag Gods lof tot deze dreun, gesteund door donderpreken de vloeren scheuren deed, de muren breken men stapelde hun zerken in het Hof het daglicht dat hun broos skelet bescheen was niet het lang verwachte, ooit beloofde waar zij bij leven hevig in geloofden ook hoorden zij noch knarsen, noch geween het kerkbestuur wilde wel renoveren maar dan alleen het stoffelijk gebouw en niet de leer: de oude bleef men trouw gelovigen kun je niets nieuws meer leren en ook het renoveren van de doden liet men gevoeglijk over aan de Goden Pieter Breman |
|
DORDRECHT De stad waar hoog een halve toren staat. Een stoomboot ligt en loeit een zwarte pluim en bast vanuit het ongeladen ruim, nu schoot of val tegen de masten slaat. Waar Maas bejaard alleen weer verder gaat, het voetveer wiegt onder het hemelruim en tegen diepgezonken muren slaat, op weg naar eindeloos en golvend schuim. De Dordtse Maagd bewaakt de waterpoort. Pegasus draaft versteend, gevleugeld beest, maar nam niet op z'n rug wat is geweest. De tijd verstrijkt en duwt zichzelf ook voort. Het glorierijk verleden gaf de geest. In 't huis De Onbeschaamde viert men feest. Marieke van Leeuwen, Dordrecht '96 DORP IN DE RANDSTAD Het dorp ontplooit zich tussen grijze vlakken asfalt, lucht fietsen staan te wachten met hangende mandjes en vastgehaakte zitjes op karbonaadjes of kinderbillen. Het dorp beweegt zich als de houten eenden met gekleurde veren verankerd in de grond opgejaagd door kleuters angstig gadegeslagen door haastige moeders en dikke duiven. Het dorp verstopt zich tussen nieuwe wijken waar witte ganzen zich verschansen achter pas gezeemde ramen en veelbezeten banken de beelden nooit ontlopen van goedkope soap. Zou er leven zijn ònder het versteende plein? Marieke van Leeuwen, Dubbeldam '97 |
|
ONTWERPER AUGUSTIJNENKAMP bouwen is dichten tegen de horizon, grenzen wonen in andermans hoofd, niet te filmen zijn de lucht- kastelen, huist iedereen in een beperking; wijken, de brug naar de geest van de ander vraagt voegkracht, de macht van het eigen cement eindigt in betonrot als niet glashelder is de peilers van de ziel zijden van eigenwaan ontbloten de bouwval of lijnen zijn zuiver de architekt bevlekt op papier zelden de grond de mond van het potlood belooft immer goud, bouwt meestal in grauw, wat was getekend gekleurd jacqueline uittenbogaart SLOOT VAN BENEDEN PETRUS de knotwilg trots verankerd langs de waterkant, lang de takken, ballet- dansers in de wind spil van 't toneel pose van hout, hart zonder plankenkoorts zwicht in de lente jacqueline uittenbogaart EILAND VAN DORDRECHT de polders ontaarden in steden, plantages van besluit: Buitenstad fruitige stad enz. de dijken zijn lijken van het vorig landschap de rivieren worden sloten langs het eiland van toen groen wordt de illusie van de volgende eeuw schreeuw om geuren oud de klei zwijgend het riet wuivend het koren sprekend resten stenen groeven van ingeworteld verlies jacqueline uittenbogaart ACHTERKLOOSTER rond het plein huizen stenen geheimen wonen onder daken monnikskappen zo zwijgzaam d'eenzame boom overschaduwd geeft luwte gelijk een abt zijn kruin in de ruimte niet onbewoond zoals weleer weer hoor ik het ruisen van pijen in de bladeren vaderen van de stilte mis ik jacqueline uittenbogaart AAN DE LINDENSTRAAT de etalage wordt hel beschenen door neonlicht en een stopverbod geeft de stilstand van de tijd ook wat kleur, het scheurende grijs gunt een blik achter de voorpui aan 't pandje vol rimpels, graffiti, aanhangels, pleisteringen en verbroken verbanden, de deur is verschoten blauw en achter de nu ongebruikte ruiten voegt het stof, als was het cement, de spinnewebben tot een vitrage; met zijn eldorado bomvol verbleekte olielampen gaf de oude stadsfiguur Willems een glimp van weleer prijs jacqueline uittenbogaart INSTAPPEN AREND MAARTENSHOF ik noem jou Arendje met de groene luchtballon hoffelijker is jouw tweede naam Maartenszoon, Arendje voor de armen, Maarten voor regenten in jou vlieg ik even in 't nabije verleden ook al is de mand van uitgesleten stenen en vormt de grond een tuin met rechte paden in een rozet rond de statige waterput, leeg, 't touw en de emmer zijn allang verdwenen en uit vele eeuwen liggen daar schreeuwen gedempt, echo¹s van wensen zijn vergleden, zweven blijft mijn illusie aan een zijden draad, in een windvlaag plotseling beneden jacqueline uittenbogaart alle voorgaande gedichten komen uit de bundel: zinnen van lavendel BEELD VOOR DE GEVALLEN KRAAIENJONGEN in de museumtuin staat een beeld gepoot glimmend en strak in zijn zwarte vel van Indisch marmer, vergroeid met de aarde als een zerk aan de voet van een kerk, tekst ontbreekt, het gekras van de kraaien omlijst het beeld, gestreeld door de regen, het gefilterde licht danst met de vorm, eenvoud die niet onaantastbaar blijkt, platanenbladeren spiegelen zich meervoudig in de sokkel van Romeo en Julia II, die hun kraaienmars bliezen, symbolische liefde uitgehakt, geschiedenis en enkelvoud geworden beeld Romeo en Julia II |
|
VERDER WEG elke dag een beetje sterven verder weg van ingehouden verhalen van huizen en peren te sappig om te laten hangen de verglijdende geur van versgebakken brood het goddelijk lichaam gebakken door mijn vader de afstand groeit tot spelen in zelfbedachte stukken al rest er veel na wat je hebt verloren barsten breken het glas het proosten op andermans heil stokt het paradijs naast de voordeur Jouke de Vries EILAND een druk op de knop en een moment bevriest voor de eeuwigheid houdt een mythe stand het eiland als grond voor grenzeloze dromen waar je naïef nipt aan de liefde hechtend en hopend los van het land tussen wollige golven waar water de blik verengt en hoofden niet staan naar andermans zinnen vliegt een meeuw trillingen in water Jouke de Vries VRIENDEN zwervend door de stad sta ik stil bij kaden en steigers merk de sterk verweerde tekens van het verborgen verbond de stad en de stroming: onafscheidelijke vrienden op elkaar aangewezen door en door kennen ze elkaar en zeggen elkaar bij tijd en wijle maar meestal onverwachts flink de waarheid blijvend maar wankelbaar Jouke de Vries |