Regels en gebruiken

De wijnhandel zelf was aan strenge regels gebonden. De wijnkopers, die hun voorraad opsloegen in koele kelders, mochten in het klein verkopen. Maar slechts uit één vat. Wie twee vaten open had werd streng beboet.


Een sledenaar met zijn slee geladen met (wijn)vaten
bij de Catharijnenpoort (J. Hoolaart 1774)
Overjarig
Rijnwijn (de meest gebruikelijke wijn in Dordrecht) mocht niet overjarig worden verkocht. Daarom gingen ieder jaar op 10 november ambtenaren mette slegge om' . Uit alle vaten waar nog wijn in zat, werd de bodem geslagen. Rigoureus, maar doeltreffend. Vanzelfsprekend dat het de dagen voor die fatale 10de november feest was in de herbergen. De wijn moest op, en beter goedkoop verkopen dan het kostelijke nat zomaar weg te laten lopen.

Wijnkoop
Handelaren zelf waren niet vies van hun eigen product. Bij de verkooponderhandelingen werd vaak een stevig glas gedronken. Maar zelfs hierbij waren regels.

Dordrecht Wijnstad. Etiket 1997
Om problemen te voorkomen moesten bij de overeenkomst steeds twee getuigen aanwezig zijn: de wijnkoopslieden. Het bedrag dat de heren aan wijn verteerden, had een eigen naam: wijnkoop. Vanzelfsprekend probeerde de verkoper zijn koper in een goede stemming te brengen door zoveel mogelijk wijn te schenken. En het kwam dan ook voor dat de koper de andere ochtend niet meer wist wat hij gekocht had en voor hoeveel. De wijnkoopslieden moesten dan verklaren wat er precies was gebeurd. Maar als de verkoper kon aantonen dat hij 'wel bij dranke was' (dronken) dan had hij het recht om binnen twee maal vierentwintig uur de koop ongedaan te maken.

Wilhelmus
Vanzelfsprekend dat in een stad waar zoveel wijn aan wal kwam, de bewoners een stevig glas dronken. Of liever een beker, want de echte innemers hadden speciale bekers tot hun beschikking. De Wilhelmusbeker was zo'n bijzondere mok. Het gevaarte had een gat in de onderkant. De bedoeling was om, terwijl met een vinger het gat werd dichtgehouden, de respectabele inhoud in één keer door het keelgat te laten glijden. Was dat gelukt dan moest op de onderkant het Wilhelmus worden geblazen. Dergelijke bekers werden vaak gebruikt tijdens vergaderingen. De kwaliteit van de besluitvorming tijdens dit soort drinkgelagen was dan ook omgekeerd evenredig aan de inhoud van de bekers.

Wijnkelders
Bijna elk huis tussen het Groothoofd en het Scheffersplein had wijnkelders. Vaak werd daar in het klein verkocht. Maar nooit meer dan uit één vat tegelijk. Wie uit een vat tapte, terwijl een ander vat nog niet leeg was, kon rekenen op een hoge boete. Werd een nieuw vat aangeslagen, dan ging de stadsomroeper rond om van dit heuglijke feit kond te doen. De verkoper hing dan ook een krans boven de kelderdeur om nogmaals op de nieuwe wijn te wijzen. Was het echt goede wijn, dan ging dat als een lopend vuurtje door de stad en was reclame in de vorm van een krans eigenlijk niet nodig. Goede wijn behoeft namelijk geen krans.




[ Deze pagina is onderdeel van DORDT.NL ] [ © Copyright Jaap Bouman/DORDT.NL ]

DORDT.NL